Die Schwebefähre bei Maarssen über den Amsterdam- Rhein-Kanal existierte zwischen 1938 und 1959.

LINKS UNTEN

Seite im Aufbau

MAARSSEN

Eine Schwebefähre
nur für Heuwagen

 Das Unikum von Maarssen

In 1903 speelde zich in "De Ingenieur" een korte discussie af over de (vermeende) voordelen van de zweefbrug, naar aanleiding van een artikel over de zweefbrug bij Rouen. Uit de reactie van W. Cool (Ingenieur bij Gemeemewerken Rotterdam) en daarna de repliek, blijkt dat de technici het niet eens waren over rijsnelheden en wachttijden, en dus over de capaciteit, en over de aanlegkosten van de zweefbrug.

Hoewel de zweefbrug dus aan het begin van de 20e eeuw bekend was in ons  land, zijn er toen voor zover bekend nooit serieuze plannen gemaakt om er daadwerkelijk een te bouwen.

Toch heeft ons land tussen 1938 en 1959 een zweefbrug gekend in Maarssen over het Amsterdam-Rijnkanaal. Het platform liep onder de verkeersbrug in de N402, die in 1938 werd gebouwd ter vervanging van een oude draaibrug.

Bij de aanleg van de verkeersbrug protesteerden belanghebbende boeren die bang waren dat nun door paarden getrokken hooiwagens maar moeilijk de steile op- en afritten konden gebruiken. Rijkswaterstaat werd toen gedwongen om onder de brug een platform op rails aan te brengen. Toen langzamerhand het gebruik van paarden werd vervangen door tractoren raakte de zweeftrug steeds meer in onbruik. In 1959 is het platform daarom verwijderd.

Ir. C. H. (Cor) van Eldik:  "De zweefbrug - Een brugtype dat de opkomst van de auto niet overleefte", Erfgoed van Industrie en Techniek, 12.2003, No. 2


Cor van Eldik: Chronologische Übersicht aller Schwebefähren

Tabelle hier

Willkommen im Reich der filigranen Riesen


In Nederland is nooit een echte zweefbrug gebouwd, hoewel de Nederlandse ingenieur goed op de hoogte was van de ontwikkelingen in het buitenland. "De Ingenieur", het tijdschrift van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, berichtte rond 1900 met enige regelmaat over met name Franse zweefbruggen, veelal ontleend aan buitenlandse literaruur zoals de Franse tijdschriften "Le Genie Civil" en de "Annales des Ponts et Chaussees" en het Engelse "Minutes of proceedings of the Institution of Civil Engineers". Deze tijdschriften publiceerden onder meer uitvoering over het technische ontwerp en de constructie van de zweefbruggen bij Portugalele (1893), Nantes (1903), Marseille, Duluth en Widnes/Runcorn (alle 1905). In 1899 stelt H. C. van der Houven van Oordt voor om in Arnhem een zweefbrug (hooge veerbrug) te bouwen over de Rijn. Een aantal jaren later, in 1908, wilde Nijmegen de bestaande gierpont vervangen door een brug. Als alternatief voor een vaste brug was toen een zweefbrug in beeld. 

Een serieuze poging om de zweefbrug in ons land te introduceren komt van het Rotterdamse bedrijf Firma A.F. Smulders. Dit staalconstructiebedrijf publiceerde in 1901 een flinke brochure over de zweefbrug (aangeduid als 'electrische rolbrug'). Dit, toen zeer actueel boekje bevat een algemene omschrijving van de zweefbrug, uiteraard met de voordelen ervan, gevolgd door artikelen over de bruggen bij Portugalete en Bizerte én foto's van de bruggen bij Rochefort en Rouen. De firma Smulders had met Arnodin een overeenkomst gesloten om voor gezamenlijke rekening zweefbruggen te bouwen, en zo nodig te exploiteren, in Nederland en in de Nederlandse kolonien.